augustus 13

Interview Margriet

‘Mam, ik ben een jongen, dat weet je toch?’ zei Britt toen ik haar een jurkje wilde aantrekken
Margriet
Margriet, interview: Heleen Spanjaard. fotografie: Bart Honingh. styling en visagie: Linda Huiberts.

03-08-2015
Drie dochters heeft Astrid IJsselstein (35): Fenna (11) en de meisjes-tweeling Sanne en Britt (9). Op haar vierde liet Britt weten een jongen te zijn. Wat doe je dan als moeder?

aea4c421e0259ee35845fd428fe9d28f_mam_ik_ben_eenfront
Astrid: “Vier jaar was Britt toen ze bij het aankleden hartverscheurend begon te huilen. Het was hoogzomer en ik probeerde haar een jurkje aan te doen. ‘Mama, ik ben een jongen, dat weet je toch wel?’ huilde Britt. Ik zag echt verdriet. Echte tranen. Dan maar geen jurk, dacht ik. Ik sprong op de fiets, reed naar C&A, trok daar een T-shirtje van Bob de Bouwer uit het rek, rekende af en reed weer naar huis. Waar Britt nog steeds in haar onderbroek stond, want ook pogingen van mijn man Richard om haar in haar jurk te krijgen, waren op niets uitgelopen. Toen Britt het Bob de Bouwer-shirt zag, kwam er een glinstering in haar ogen. Met een brede lach zei ze: ‘Die doe ik nooit meer uit.’

Die uitspraak ‘Mama, ik ben een jongen, dat weet je toch wel?’ kwam voor mij echt out of the blue. Twee weken daarvoor had ik nog van de kinderbijslag een flinke stapel meisjeskleding gekocht voor onze oudste dochter Fenna en voor de tweeling Britt en Sanne. Nadat ik voor Britt van een spijkerbroekje de pijpen had afgeknipt om de outfit compleet te maken, ben ik achter de computer gaan zitten. ‘Mijn dochter zegt dat ze een jongen is’, vulde ik in de zoekbalk van Google in. ‘Genderkind’ zag ik. En ‘transgender’. Hormoonbehandelingen. Operaties. Ik dacht: wooooo… snel wegklikken. Dit gaat ’m niet worden!”

aea4c421e0259ee35845fd428fe9d28f_mam_ik_ben_een1
Astrid met tweeling Sanne en Britt
Kort jongenskoppie

“In het begin trok ik nog geen conclusies. Logisch: kinderen zeggen wel meer. Misschien wilde ze zich afzetten tegen haar tweelingzusje? Wil ze gewoon anders zijn? Opvallen? Het waait wel over, dacht ik. Maar dat deed het niet. Dan ga je terugdenken. Waren er eerdere signalen? Heb ik iets gemist? Toen ik in ons fotoboek bladerde, viel me op dat van de kledingsetjes die ik voor de tweeling kocht, Britt altijd de donkere variant aantrok. Misschien onbewust? Maar verder… Ja, ze speelde met autootjes, maar dat zegt niets. Ik wist er zo weinig van. Transseksualiteit; ik dacht dat het iets travestie-achtigs was. Britt begon zich steeds meer te roeren. Als ik met mijn dochters in een winkel liep en zei: ‘Kom op meiden, we gaan,’ riep Britt meteen nijdig: ‘En jóngens!’ Toen de speelgoedfolders voor Sinterklaas op de mat vielen, bladerde Sanne meteen naar de poppen, de pony’s en de Barbies. Britt keek alleen naar de auto’s van Cars. Haar lange haar moest eraf, vond ze, want: ‘Ik ben toch geen meisje?’
‘Wat er ook gebeurt, meisje of geen meisje, wij zullen haar voor de volle honderd procent steunen’

Een kort jongenskoppie moest het worden. Dat vond ik een wel heel grote stap. Eerst maar een halflange bob, zei ik tegen de kapper. Nog veel te meisjesachtig naar de smaak van mijn dochter. Dus werd het uiteindelijk toch kort. Heel kort. Stekeltjes. Het staat haar goed. Het past bij Britt. Na een half jaar kreeg ik door dat dit geen malligheid was. Voor mij en mijn man was het natuurlijk ook een omschakeling. We besloten dat we ons door Britt zouden laten leiden. Zij moet naar ons toe komen om aan te geven wat ze wil of voelt, en daar gaan wij tot op zekere hoogte in mee. Natuurlijk ging dat niet altijd zonder moeite. Dat we het zo serieus nemen, heeft ook te maken met het feit dat Britt gewoon niet zo’n prater is. Net als Richard is ze heel gesloten. Als zij ergens mee komt, is het serieus.”

MEESTAL GAAT HET OVER

Een kind met een genderidentiteitsstoornis of genderdysforie is diep ongelukkig met zijn/haar geboortegeslacht. Het is niet bekend hoeveel genderkinderen er in Nederland zijn. Bij het Amsterdamse VU medisch centrum – dat een wereldvermaard genderteam heeft – worden jaarlijks zo’n veertig kinderen tussen de vier en twaalf aangemeld. Drie keer zo veel jongens als meisjes. Bij meer dan 75 procent verdwijnt de genderdysforie voordat de puberteit inzet. Daarom wordt een te vroege rolwisseling compleet met andere naam vóór het twaalfde jaar afgeraden. Dit om te voorkomen dat het kind zich zó vastlegt in de ontwikkeling, dat het voelt alsof er geen weg terug meer is. Bovendien blijkt uit onderzoek dat het merendeel van de genderkinderen later homoseksueel, lesbisch of biseksueel zal zijn. En dus niet transseksueel. Ouders voelen vaak het best aan wat het kind nodig heeft; het advies is dan ook om het kind te laten zijn wie of wat het wil zijn, en zonodig wat af te remmen of stimuleren. Tot in de puberteit blijkt wat er echt aan de hand is.

Bron: VU medisch centrum.
Genderneutraal opvoeden

“Twee jaar later, toen Britt bijna zes was, besloot ik naar de huisarts te gaan om een doorverwijzing te vragen. Ik kreeg te horen dat de genderkliniek van het VU medisch centrum (VUmc) een wachtlijst van een half jaar heeft. Gelukkig konden we eerder terecht bij het team van het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC), dat onder supervisie van het VUmc staat. De kans dat Britt in aanmerking zou komen voor verder onderzoek, was bijzonder klein; slechts vijftien procent krijgt na het eerste gesprek te horen dat er een vervolgonderzoek zal komen. Maar Britt zat bij die vijftien procent. Na allerlei onderzoeken was de eindconclusie dat Britt inderdaad zoals dat heet een genderidentiteitsstoornis heeft. Zodra de eerste tekenen van de puberteit zich aandienen, moeten we ons weer melden.

Mocht het zo zijn dat Britt al op haar tiende borsten krijgt en ongesteld wordt en er sprake is van, zoals dat genoemd wordt, psychisch lijden, dan mag ze eerder dan op haar twaalfde beginnen met puberteitsremmers. Die zal ze tot haar zestiende moeten slikken. Het is gelukkig omkeerbaar; besluit ze toch een meisje te willen blijven en stopt ze met de medicatie, dan ontwikkelt haar lichaam zich alsnog tot vrouw. Tot die tijd, is het advies, moeten wij Britt zo genderneutraal mogelijk opvoeden om te voorkomen dat wij haar specifiek in de jongensrol duwen. Dat is in de praktijk eigenlijk niet te doen. Wij volgen Britts voorkeuren en gevoel en gaan daarin mee zonder haar te pushen. Britt ziet eruit als een jongen. Ze is stoer. Hoekig. Sterk. Mijn man is dakdekker en gewend om rollen van veertig kilo het dak op te sjouwen, maar zelfs hij heeft bij het stoeien weleens moeite met haar kracht. Britt speelt wel met haar zusje, maar als ze moet kiezen, speelt ze liever met jongens. Ze heeft ook alleen vriendjes.

De reacties van de omgeving? Een paar familieleden hebben er wat moeite mee, maar verder komen de reacties van familie, vrienden en buren voornamelijk neer op: ‘Als het kind maar gelukkig is.’ Dat is fijn. Het is immers geen keuze. Ook op school is het helemaal geaccepteerd. Als de juf zegt: de jongens mogen hun broodtrommel pakken, loopt Britt met de jongens mee. ‘Maar jij bent helemaal geen jongen,’ zei een meisje laatst tegen haar. Toen zei Britt: ‘Ik ben het allebei. Dus mag ik kiezen met wie ik meeloop.’ Toen was het goed. Het is nog wel ‘zij’ en ‘Britt’ in de klas, omdat ze nog zo jong is. Maar tegen de tijd dat Britt naar de middelbare school zal gaan en nog steeds een jongen wil zijn, zal ze op de middelbare school een nieuwe start als jongen maken, compleet met andere naam.”

aea4c421e0259ee35845fd428fe9d28f_mam_ik_ben_eenverschil
Britt als negenjarige en als driejarige.
Zwaar traject

“Natuurlijk maak ik mij weleens zorgen. Natuurlijk ben ik bang voor de toekomst. Maar wakker lig ik er niet meer van. In het begin wel, zeker het eerste jaar. Vooral vanwege het oordeel van de maatschappij. Mensen kunnen zo hard zijn. Laat liever iedereen in zijn of haar waarde, zo leef ik mijn leven ook. Gelukkig zitten mijn man en ik op één lijn. Hij had er zelfs eerder vrede mee. Ik twijfelde weleens, moesten we wel naar het ziekenhuis met Britt? Wat zou de buitenwereld van ons denken? Of de moeders bij school? Ik ben altijd heel onzeker geweest, was veel bezig met wat mensen van mij zouden vinden. Dat heb ik eindelijk los kunnen laten. Mijn man zei: ‘Als we een diagnose hebben, kunnen we er vrede mee hebben. Dat geef rust tot de volgende fase, als ze in de puberteit terechtkomt.’ Hij heeft gelijk. Met Britt is het geen onderwerp van gesprek meer. Het is gewoon, normaal. In het begin was het moeilijk om mijn aandacht in het gezin goed te verdelen. Ik moest echt oppassen dat ik Britt niet meer aandacht gaf dan Fenna – die Britt haar ‘broertje’ noemt – en Sanne. Je denkt als moeder toch gauw: ze zal het wel moeilijk hebben in haar hoofdje. Kan ik weleens boos op haar worden, of denkt ze dan meteen dat ik haar niet accepteer?

De kans dat het uiteindelijk een fase blijkt te zijn geweest, is heel groot. Bij 75 procent van deze kinderen verdwijnt het gevoel in het verkeerde lichaam te zijn geboren. Het is dus mogelijk dat ook Britt uiteindelijk geen jongen wil zijn, maar een meisje. Wat ik hoop? Gek, als ik het zeg, heb ik het gevoel dat ik Britt verraad, maar diep in mijn hart hoop ik dat ze een meisje zal blijven. Puur om haar het leed te besparen van al die moeilijke jaren die de transitie naar man met zich mee zal brengen. Het is zo’n zwaar traject. Toch zegt mijn gevoel dat dit niet zal gebeuren. Ze is zo stellig! Op de vraag wat ze het liefst zou willen hebben, is het antwoord steevast: een piemeltje. Britt weet uiteraard niet wat haar nog allemaal te wachten staat. En dat is maar goed ook. Als ik eraan denk wat voor troep er straks allemaal in haar lijf komt: al die hormonen, om nog maar te zwijgen over de eventuele operaties. Wat er ook gebeurt, meisje of geen meisje, wij zullen haar voor de volle honderd procent steunen. Ik neem het allemaal per dag en denk zo min mogelijk aan de toekomst. Ik leef in het hier en nu. Britt is Britt en ze is gelukkig. Voor nu is het goed zo.”

Astrid IJsselstein heeft een boek geschreven over de acceptatie van haar genderkind Britt: Roze met blauw lint (Text & More, € 14,95).

2 COMMENTS :

  1. By Micha on

    Fijn dat je je kind steunt, en daar ook mee naar buiten treedt. Dit soort stukken is vast een hele steun voor ouders en kinderen die met een vergelijkbaar probleem worstelen.

    Ik wil wel even zeggen dat hormonen geen troep zijn. Het zijn dezelfde hormonen die Britt’s lichaam zou hebben gemaakt als hij fysiek als jongen was geboren en in de puberteit komt. Dezelfde hormonen die een jongen of man krijgt als zijn eigen lichaam niet genoeg aanmaakt. Dus tenzij je de testosteron van je man Richard ook troep vindt, is er geen reden om de crossgender hormonen die Britt straks misschien krijgt negatief te beschouwen. Ze zijn een hulpmiddel om Britt zichzelf te kunnen laten zijn.

    Reply
  2. By Dorien van de Haar on

    Hallo Astrid,

    Mijn dochter is nu mijn zoon. Hij is inmiddels al 26 en gelukkig met zijn lijf. Wij hebben hem ook de route laten bepalen. Soms was dat erg moeilijk, wij wilden hem niet te snel puberteitsremmers geven met het gevolg dat hij borstjes kreeg en ook ongesteld werd. En met 16 jaar eindelijk de mannelijke hormonen, baard in de keel en brede schouders!! Daarna, met 18 jaar, de operaties, eerst die vervelende borsten weg, later de baarmoeder en eileiders. Feest was het toen hij eindelijk zijn geboortebewijs mocht gaan veranderen! Maar er is ook verdriet, op jonge leeftijd al weten dat je nooit zelf kinderen kan krijgen.
    Hij is nog geen complete man, een piemel hoeft nog niet voor hem en het is weer een operatie.
    Toen hij naar de middelbare school ging heeft hij een spreekbeurt gehouden over transseksualiteit, wij wilden openheid, en onze school werkte goed mee. Iedereen in onze familie heeft hem gelijk geaccepteerd zoals hij is. Hij was de machinist van zijn trein en bepaalde (bijna) altijd waar te stoppen of doorrijden.
    Ik wens jullie en je zoon/dochter alle succes met het proces.

    Reply

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML-tags en -attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>